h

Openbaar gebied

16 maart 2008

Openbaar gebied

Omdat het havenschap Moerdijk volgens B&W de zeggenschap heeft over het afsluiten van het industrieterrein Moerdijk hebben wij op 6 maart hierover vragen gesteld. Temeer ook omdat de politie op dat priv├ęterrein bekeuringen geeft. Deze vragen zijn, beknopt weergegeven:

Voor zover ons bekend is het industrieterrein Moerdijk voor 50% eigendom van de Gemeente Moerdijk en voor 50% van de Provincie Noord-Brabant. Graag willen wij weten wanneer en door wie dat openbare gebied is overgedragen aan het Havenschap.

Als het terrein niet wettig is overgedragen is het geen eigendom van het Havenschap, en mag dat bedrijf geen openbare wegen afsluiten, ook niet gedurende bepaalde tijden. Een weg is 24 uur per dag openbaar, of 24 uur niet-openbaar, tenzij de gemeenteraad anders heeft besloten. Wij willen weten hoe het kan dat de Rijkspolitie verbaliserend optreedt op een niet openbaar terrein.

Als de politie op niet-openbaar gebied werkt moet dat betaald worden door de eigenaar, die de politie heeft ingehuurd. Wie gaat de uren die de politie besteedt aan handhaving op dat terrein betalen?

Er is vaak door de politie gecontroleerd op de Fuutweg bij de Milieustraat.
Worden de daar opgelegde boetes nu terugbetaald?

Voor het afsluiten van de openbare wegen op dat terrein heeft de gemeenteraad van Moerdijk geen besluit genomen. Tenzij vroeger de gemeenteraad van Klundert dat besluit heeft genomen, en B&W dat kan aantonen, zijn die wegen nog steeds openbaar. Enkel de gemeenteraad is bevoegd om daarover een besluit te nemen.
Is B&W nog van plan een voorstel daartoe aan de gemeenteraad voor te leggen, en zo nee, waarom niet?

B&W heeft het Havenschap toegestaan zonder bouwvergunning hekken te plaatsen om openbare wegen af te sluiten. Dit is nooit besloten maar is gewoon toegestaan omdat een hoogleraar - dus geen rechter - dat goedkeurde.
Niet handhaven op het punt van een bouwvergunning voor die hekken is balanceren op het randje van de wet. Dat is niet in overeenstemming met de regels die B&W moeten naleven. Wetgeving ontstaat door de wetmakers en de rechters die op basis van de wet uitspraken doen. Zolang er geen uitspraken van rechters over zijn gedaan moet toch zeker een college van B&W zich aan de letterlijke wettekst houden. En als men het daar niet mee eens is, moet dat college alleen al uit fatsoensoogpunt een uitspraak vragen aan de rechterlijke macht. Gaat B&W handhaven of deze zaak aan de rechter voorleggen, en zo nee, waarom niet?

U bent hier